Laden Evenementen

Petran Vermeulen  (1915-1988)

Museum Valkenburg toont van 5 juli tot en met 4 oktober 2020 een uitgebreide tentoonstelling van zijn gevarieerde oeuvre.

Een streling voor het oog.

Het werk van Petran Vermeulen is heel divers maar altijd van grote kwaliteit. Ongetwijfeld was dit te danken een de degelijke leermeesters die hij heeft gekend. In Nijmegen kreeg hij op jonge leeftijd les van Dorus Arts. Van zijn geboorteplaats Venray fietste hij tussen 1934 en 1936 op en neer naar de woning van Arts. Die lessen gingen niet alleen over de techniek maar hij leerde zijn pupillen ook om een onderwerp te doorgronden en thematisch en compositorisch uit te diepen. Deze privélessen werden ook gevolgd door Daan Wildschut die vanuit zijn woonplaats Grave met de fiets op en neer pendelde. In 1936 liet Petran zich inschrijven op de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en daar mocht hij meteen in het vierde jaar instromen. Zijn belangrijkste leermeester werd baron Isidore Opsomer, die zijn leerlingen altijd deze stelregel voorhield: “Schilderen moet een streling zijn voor het oog”. In 1938 kreeg Petran een atelier aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten van Antwerpen.

In het zeemanspension.

In Antwerpen woonde Petran in een zeemanspension samen met Daan Wildschut, die in 1939 ook een atelier aan het Hoger Instituut had gekregen. Toen de oorlog uitbrak gingen Petran en Daan te voet naar Venray en betrokken in Broekhuizenvorst de leegstaande pastorie. Na een jaar vertrokken zij allebei naar Maastricht. Petran kreeg een beurs om zijn studie in Antwerpen te voltooien en in 1943 vestigde hij zich in Maastricht en trouwde dat jaar met Ina Smits met wie hij een statig herenhuis aan de Prins Bisschopssingel betrok. Hij schilderde na de oorlog een zeer groot aantal portretten, stadsgezichten, landschappen en stillevens in een post-impressionistische stijl. In een enorm tempo schilderde hij opvallend levendig, kleurrijk en met een losse penseelvoering

Op 22-jarige leeftijd maakte Petran religieus werk voor de St.-Laurentiuskerk van Gellik (B.). In het kruisgewelf boven het priesterkoor schilderde hij de vier evangelisten met de gezichten van vrienden en kennissen. In 1944 kreeg hij in zijn geboorteplaats de opdracht om een nieuwe Kruiswegstatie te schilderen voor de St.-Petrus Bandenkerk, die in de oorlog zwaar beschadigd was. Maar de Bisschoppelijke Bouwcommissie keurde de voorontwerpen af omdat de figuren te expressief waren geschilderd. Twaalf jaar later werd een nieuwe versie van de kruisweg alsnog goedgekeurd.

Een perfect portrettist.

Dat Petran perfect portretten kon schilderen bleek al op de academie, waar hij in zijn afstudeerjaar de eerste prijs kreeg voor portretschilderen en de eerste prijs voor tekenen naar het leven. De kunst van het portretteren had hij geleerd van Isidore Opsomer, die in de eerste helft van de 20ste eeuw de belangrijkste portretschilder van België was.

Na 1950 zou Petran zich vooral toeleggen op het schilderen van portretten die voor hem ook een vaste financiële basis boden. Op voorspraak van pastoor Leo Linssen, een van de stichters van de Jan van Eyck-academie, kreeg Petran veel opdrachten in katholieke kringen. Zo werd hij de vaste portrettist van de hoogleraren van de Katholieke Universiteit Nijmegen en van de directeuren van het Venrayse ziekenhuis. Daarnaast vervaardigde hij treffende portretten van kardinaal Alfrink, de bisschoppen Moors en Hanssen, Toon Hermans, directeur Raedts van de Staatsmijnen, de Maastrichtse burgemeester Michiels van Kessenich en in 1958 ook een portret van koningin Juliana in opdracht van de gemeente Schaesberg. Voor deze opdracht mocht Petran op paleis Soestdijk enkele voorstudies maken, maar omdat hij zich een maand te vroeg bij het paleis had aangemeld, werd hij onverrichterzake naar huis gestuurd.

Entree voor het gehele museum:
– € 6,00 p.p. (incl. gratis kopje koffie)
– Museumkaart, begunstigerskaart, ICOMkaart en vriendenpas geldig.
– Voor speciale tentoonstellingen kan een toeslag worden gerekend.
– Voor evenementen kunnen afwijkende entreekosten worden gevraagd.